WONEN IN ITALIË – Dorpse gezelligheid
Mijn huis is een bende. Overal liggen
houtsnippers, zakken met hout, dozen met geperst hout, zakken vol pellets en veel, veel stof.
En ik heb zo'n zin in een grote voorjaarsschoonmaak, maar het is nog te vroeg. Dagen vol zon worden nog afgewisseld met dagen waarop er opeens sneeuw ligt of het regent.
Als ik het schoonmaken, het weer of wat dan ook zat ben, ga ik altijd even naar de bar aan de piazza, daar is altijd wel wat
te beleven.
Afgelopen vrijdag: vrijdagmiddagborrel. Opeens opperde Elisa: "Zullen we morgen hier een pizza-avond organiseren?" Luide bijval. Een appje op de dorpsapp en binnen een half uur hadden zich al 25 dorpelingen opgegeven.
De volgende avond gingen Elisa en ik ruim voor het afgesproken eet-tijdstip naar Gorzegno waar onze pizza's waren besteld. De pizzaiolo moest er nog drie bakken en toen konden we met twee stapels dozen terug naar Mombarcaro.
Daar zat de bar vol hongerige mensen. De tafeltjes waren tegen elkaar geschoven. Een paar mannen kregen een flink mes en begonnen de bovenste dozen open te maken en punten uit de pizza's te snijden.
Binnen de kortst mogelijke tijd zat iedereen te eten. Ik zat naast Oliver en Deborah die tot hun grote geluk vriendschap hadden gesloten met een stel uit Monza dat goed Engels sprak.
Hoewel Daniela plastic bordjes en bestek te voorschijn had getoverd, aten we gewoon met onze handen, pizza-uit het vuistje, met een glas Nebbiolo erbij, daar kon geen restaurant tegenop!
Maandagmiddag ging ik even op bezoek bij één van m'n favoriete oudere vriendinnen: Bruna. Ze woont met haar man Sergio in het buurtschap Valle. Ik zette m'n auto op het gras tegenover hun boerderij.
Sergio zat voor zijn voordeur in de zon. Ter bescherming droeg hij een breedgerande strooien hoed. "Je lijkt Maurice Chevalier wel!" riep ik op hem wijzend naar Bruna, die leunend op haar stok aan kwam lopen.
Ik had gehoord dat ze een week geleden vlak voor een operatie aan haar knie, van de operatie-tafel was gestapt en naar huis was gegaan omdat de anesthesist haar geen plaatselijke verdoving had willen geven.
"Ik lag al op de operatie-tafel" vertelde ze me een beetje gniffelend. "Ik wil beslist geen narcose, ik wil nog niet dood." Bij een vorige operatie was ze heel ziek geworden van de narcose.
Terwijl we zo bij Sergio stonden, stopte een auto. Het was Ada met naast haar in de auto haar man Giuseppe. Ze draaide haar raampje open en vertelde glimlachend dat ze al twee uur rondjes met hem reed.
Zowel de man van Bruna als Giuseppe van Ada lopen tegen de negentig. Beide vrouwen hebben hun handen vol aan hun levensgezellen, maar ze gaan er met humor mee om. Zelf zijn ze overigens ook tachtig.
"Kom we gaan koffie drinken" zei Bruna. Ze zette haar handen als een toeter aan haar mond en schreeuwde naar een huis boven tegen de heuvel: "Francesco caffé!!!!" En zo zaten we een kwartiertje later met z'n vieren in de keuken aan de espresso..


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

